Over vasthouden, loslaten en blijven staan.
In mijn werk kom ik bijna dagelijks in aanraking met het fenomeen hechting. Eigenlijk alle cliënten die ik begeleid, hebben hechtingsproplematiek. Ze willen en zoeken naar nabijheid, maar zijn er tegelijk doodsbang voor.
Een aantal jaar geleden werkte ik met een jonge vrouw met een complexe voorgeschiedenis. Voor mijn afwezigheid hadden we een goede professionele relatie opgebouwd. Ze was enthousiast over mijn terugkomst. De eerste dienst samen was gezellig; we lachten, praatten veel en ze was zichtbaar blij. Niets leek erop dat het anders zou lopen.
Totdat er iets kleins gebeurde. Ik had haar medicatie opgehaald en even op tafel gelegd. Zij zat op het toilet, dus ik hielp snel een andere bewoner twee meter verderop. Binnen een minuut was ik terug, maar het zakje medicatie was verdwenen. Ik wist zeker dat ik het daar had neergelegd. STOM!! Toen ik haar vroeg of ze het had gepakt, werd ze boos. Ze schreeuwde dat ik haar een leugenaar noemde, wat niet zo was. De spanning liep op. Uiteindelijk escaleerde het. Verbaal, daarna fysiek. Ik moest assistentie inroepen en moesten haar helaas fixeren.
Later bleek dat ze de medicatie had verstopt in haar kamer. Toen alles tot rust kwam, bleef er vooral verdriet over. Verdriet bij haar, en zelf was ik teleurgesteld dat ik deze fout had gemaakt!
Ze vermeed me wekenlang. Geen oogcontact, geen woord. Totdat ze op een dag onverwacht achter me stond, terwijl ik met een andere cliënt zat te kleuren. Ze twijfelde een seconde, en toen sloeg ze haar armen om me heen. Een stevige, oprechte knuffel. Ze bood haar excuses aan, met tranen in haar ogen.
Ik zei haar: “Ik ben niet boos. Maar ik denk dat ik wel begrijp waarom het zo liep. Jij wilde weten of ik er nog voor je was. Of ik bleef staan, ook als het moeilijk werd.”
Ze knikte “Ja,” zei ze zacht, “want ik had jou al zo lang niet meer gezien. En ik wist het niet meer.”
Dit was hechting in zijn puurste vorm: aantrekken en afstoten, veiligheid zoeken, testen of iemand echt blijft. Ook als je alles doet om diegene weg te jagen. Voor veel cliënten is dat geen onwil, maar een oud overlevingsmechanisme. Ze herhalen wat ze kennen: verlaten worden, afgewezen worden, en dus eerst zelf afstand nemen om die pijn voor te zijn.
Zelf kreeg ik minder dan een jaar geleden zelf de diagnose. Gelukkig heb ik zelf het inzicht en de bewustwording gekregen over mijn eigen hechting, want juist dat is zo belangrijk om bepaalde cirkels te doorbreken.
Wat mij raakt, is dat veel van mijn cliënten dat inzicht en vermogen niet hebben, en juist daarom is het aan ons om hen te blijven zien en begeleiden, zodat ze ervaren dat iemand wel blijft staan. 🍀❤️